BPMN Tutorial in het Nederlands (Basissymbolen)

BPMN (Business Process Modeling Notation) is een officiële notatie waarmee je bedrijfsprocessen grafisch kan weergeven. Met behulp van een aantal eenvoudige symbolen en begrippen wordt het mogelijk complexe bedrijfsprocessen te modelleren. Meer informatie is te vinden op de Wikipedia van BPMN en de officiële notatie is te verkrijgen via http://www.bpmn.org/. Deze tutorial beschrijft de basis symbolen van deze notatie en probeert te verklaren wanneer je een symbool gebruikt. De focus in deze posting ligt op BPMN versie 1.1, de gedetailleerde specificaties zijn te vinden in het document “BPMN 1-1 Specification.pdf” (pdf).

Symbolen
De set basissymbolen zijn de meest eenvoudige onderdelen van BPMN. Ze beschrijven de eenvoudige processtappen en processtromen.


Text Annotations Met behulp van Text Annotations kan je commentaar toevoegen aan je model. Deze Text Annotations hebben geen betrekking op daadwerkelijke proces, maar zijn er voor documentatie doeleinden.
Task Iedere afzonderlijke activiteit die gedaan wordt binnen het proces is weer te geven als taak. Een taak behoort beschreven te worden in de vorm “Werkwoord” – “Zelfstandaard Naamwoord” (bv. “Verzamel Patiënt Gegevens”)
Looping Task Sommige activiteiten gebeuren in een lus, hiervoor kan het Looping Task object gebruikt worden. In de praktijk blijkt wel, dat dit object meestal niet gebruikt wordt, maar verwezen wordt naar een ander proces waarin een Looping Sub-Process is gedefinieerd;
Flow Dit object geeft de procesrichting aan. De Flow Connecter koppelt de verschillende activiteiten. De Procesflow loopt altijd binnen 1 pool (tussen pool’s worden het Message Connection object gebruikt)
Om berichten tussen activiteiten binnen verschillende pools te kunnen sturen, wordt de Message Connection gebruikt. Deze berichten kunnen worden beschreven met behulp van een XSD.
Koppelt artefacten met activiteiten (taken) zodat duidelijk wordt dat de taak gebruik maakt van de informatiebron.
Een Pool wordt gebruikt om grafisch de verschillende participanten weer te geven.
Een Sub Process groepeert verschillende samen liggende taken met elkaar. In de praktijk zal je sneller kiezen om een Sub Process apart te modeleren en te koppellen met het hoofdproces middels een verwijzing.
Vergelijkbaar met een Sub Process, maar met als verschil dat dit object een lus bevat.
Dit object brengt een visuele scheiding in een pool aan. Dit heeft verder geen invloed op het proces.
Een dataobject verwijst naar een databron, welke gebruikt wordt door de gekoppelde taak of pool.

Volgende post over dit onderwerp: BPMN Tutorial in het Nederlands (Events (1))

1 thought on “BPMN Tutorial in het Nederlands (Basissymbolen)

Comments are closed.